Cyclus 3 — Passen en je laten zien · week 2 van 3: onder druk
Waar deze cyclus over gaat
De spelers zónder bal. Een goede pass naar iemand die achter een tegenstander staat, is nog steeds balverlies.
Deze week
Vorige week ging het over de pass, nu over degene die hem moet ontvangen.
Vrijlopen is abstracter dan aannemen of dribbelen: er is geen techniek om te oefenen, alleen een moment om te kiezen. Daarom zijn beide kernvormen zo gebouwd dat er altijd iemand vrij moet komen — dan komt het gedrag uit de vorm en hoeft het er niet in gepraat te worden. Wijzen waar iemand zou kunnen staan werkt hier beter dan uitleggen.
De woorden van deze cyclus
- Hard over de grond
- Stap uit zijn schaduw
- Roep een naam
Deze week draait het vooral om nummer 2.
Veld
VAK A (32 x 20) VAK B
O• ^ O ‖ pupillendoel
O• ^ O <- drietallen met
O• ^ O een hoge pylon partij 5v5
als tegenstander
+------------------------+
| N |
| O X •O X | <- 4v4 met vier neutralen
| N O X N | (22 x 22)
| N |
+------------------------+
Tijdlijn
| Tijd | Onderdeel |
|---|---|
| 0–8 | Vijf ballen, tien spelers |
| 8–22 | Uit de schaduw stappen |
| 22–38 | 4-tegen-4 met vier aanspeelpunten |
| 38–56 | Partij 5v5 — hand op of naam roepen |
| 56–60 | Afsluiten |
0–8 · Vijf ballen, tien spelers
Tweede week hetzelfde spel.
Levert op: wie de bal heeft moet iemand vinden die vrij is, en wie er geen heeft wil er een — precies het thema van vandaag, acht minuten lang, zonder uitleg.
Makkelijker: zes ballen. Zwaarder: vier ballen.
8–22 · Uit de schaduw stappen
Drietallen: één aanspeler met bal, één “pylon-tegenstander” (een hoge pylon of een speler die stil staat), en één ontvanger die precies achter die pylon begint.
De ontvanger stapt zichtbaar opzij, roept de naam van de aanspeler en krijgt de bal. Elke twee minuten doorschuiven.
O• - - - - - X - - - - - O <- pass onmogelijk, hij staat in de schaduw
^
\
O• ----------------------> O <- eerst opzij stappen, dan roepen
^
Levert op: het probleem teruggebracht tot één handeling, zodat die honderd keer voorbijkomt. Opzij stappen en roepen horen bij elkaar — zonder roepen kijkt de passer naar de bal.
Makkelijker: de pylon-tegenstander staat helemaal stil en de afstand is kort. Zwaarder: twee pylonen achter elkaar, of de ontvanger kiest zelf welke kant.
22–38 · 4-tegen-4 met vier aanspeelpunten
Vak van 22 × 22, aan elke zijde een neutrale speler die niet aangevallen mag worden en maximaal twee keer mag raken. Binnen: 4-tegen-4. De neutralen spelen mee met de partij die de bal heeft en wisselen elke drie minuten.
N
+-----------|-----------+
| O X O |
N --| X •O X |-- N <- neutralen: altijd vrij
| O X |
+-----------|-----------+
N
|<------ 22 x 22 m ---->|
Deze vorm stond ook in week 3, toen om aan te nemen.
Levert op: er staat altijd iemand vrij, dus als de bal niet aankomt ligt het aan waar er gekeken is. Twee spelers op één lijn is hier zichtbaar.
Makkelijker: neutralen onbeperkt laten raken, of vak naar 26 × 26. Zwaarder: neutralen één keer raken, of alleen de twee aan de lange zijden.
38–56 · Partij 5v5
Vak B, op het pupillendoel met keeper.
Regel van vandaag Je mag de bal alleen aannemen als je vóór de pass je hand hebt opgestoken of een naam hebt geroepen.
Een hand óf een naam, want niet elk kind roept — de regel moet voor alle elf te doen zijn. Na een minuut of vijf houdt het zichzelf meestal in stand.
Levert op: spelers die normaal nooit de bal krijgen, krijgen hem nu wel.
Makkelijker: alleen de hand. Zwaarder: de naam moet geroepen zijn vóórdat de passer de bal aanraakt.
Bij een andere opkomst
| 6–8 spelers | 3v3 met vier neutralen in 18 × 18; twee drietallen bij de schaduwvorm |
| 12+ spelers | 4v4 met vier neutralen plus een wisselteam dat om de drie minuten met de neutralen ruilt |
Uitzetten vóór de training
- Vak A: drietallen met hoge pylonen, plus het vak van 22 × 22
- Vier hesjes voor de neutralen
- Vak B: pupillendoel