Cyclus 1 — Aannemen en meenemen · week 1 van 3: kennismaken
Waar deze cyclus over gaat
De bal komt naar je toe, en hij blijft bij je.
In deze klasse gaat de bal vaak verloren vlak na het aannemen. Hij stuitert weg, de speler moet erachteraan, en dan staat er al iemand tussen. Blijft de bal bij de eerste aanraking liggen en gaat hij meteen vooruit, dan scheelt dat veel duels.
Daarom komt dit onderwerp eerst. Passen, vrijlopen en opbouwen bouwen er allemaal op voort.
Drie dinsdagen lang is dit het onderwerp, steeds in een andere vorm:
- week 1 zonder tegenstander
- week 2 met een tegenstander
- week 3 in een partijtje
Deze week
Week 1 is kennismaken. Er is nog geen tegenstander, de afstanden zijn ruim en de poortjes breed. Het mag bijna te makkelijk voelen.
Goed om te weten:
- Dit is de derde training van het seizoen. De eerste twee hadden geen thema.
- Afgelopen zaterdag was de eerste wedstrijd: 11-2 verloren. Er zijn wel twee doelpunten gemaakt.
De woorden van deze cyclus
- Kijken vóórdat de bal komt — één blik voordat de pass vertrekt
- Verste voet — aannemen met de voet die het verst van de tegenstander staat
- Eerste raak vooruit — de aanname is meteen je eerste stap
Deze drie woorden blijven drie weken hetzelfde. Ze komen ook terug op vrijdag en zaterdag.
Veld
Tijdlijn
| Minuut | Wat |
|---|---|
| 0–8 | Openingsspel: vijf ballen, tien spelers |
| 8–22 | Poortje-aanname |
| 22–38 | Vierkant rondspelen |
| 38–56 | Partij 5 tegen 5 — drie seconden vrij |
| 56–60 | Afsluiten |
Op 11, 18 en 25 september is er op vrijdag geen teamtraining. De kinderen hebben dan techniektraining van de club. De eerste vrijdagtraining is op 2 oktober.
0–8 · Vijf ballen, tien spelers
Neerzetten: een vak van 20 × 20 meter, vijf ballen.
Zo werkt het:
- Vijf spelers hebben een bal. Twee spelers zonder bal zijn tikker.
- Word je getikt terwijl je de bal hebt? Dan ben jij tikker.
- Je bent veilig zodra je de bal hebt doorgespeeld naar iemand zonder bal.
Dit spel blijft de hele cyclus hetzelfde. Zie ook de openingsspellen.
Levert op: veel balcontact, afspelen onder druk, en spelers zonder bal die zich laten zien.
Makkelijker: zes ballen, één tikker. Moeilijker: vier ballen, of drie tikkers.
8–22 · Poortje-aanname
Neerzetten: vijf tweetallen, 8 meter uit elkaar. Naast elke ontvanger twee poortjes van pylonen: één links, één rechts.
Zo werkt het:
- De aanspeler speelt de bal over de grond naar de ontvanger.
- De ontvanger neemt aan met de verste voet. In dezelfde beweging gaat de bal door een van de twee poortjes.
- De ontvanger kiest zelf welk poortje. De aanspeler weet het dus niet van tevoren.
- Na vier minuten wisselen ze.
Levert op: aannemen met de verste voet. Omdat de ontvanger moet kiezen, kijkt hij op vóórdat de bal er is.
Makkelijker: poortjes breder, zachter inspelen. Moeilijker: harder inspelen, of de aanspeler zegt pas laat naar welke kant hij speelt.
Volgende week komt deze vorm terug, dan met een verdediger erbij.
22–38 · Vierkant rondspelen
Neerzetten: drie vakken van 10 × 10 meter. Op elke hoek een speler, één bal per vak. Met elf spelers: twee vakken met vier spelers en één met drie.
Zo werkt het:
- De bal gaat naar een hoek.
- Die speler neemt aan met de verste voet, draait open en speelt door.
- Hij kiest zelf: linksom of rechtsom. De andere drie moeten dus opletten en hun naam roepen.
Levert op: dezelfde aanname als hiervoor, maar veel vaker per minuut. En een tweede keuze: welke kant.
Makkelijker: altijd dezelfde kant op. Moeilijker: je mag alleen inspelen naar iemand die zijn naam heeft geroepen.
38–56 · Partij 5 tegen 5
Neerzetten: vak B. Aan de ene kant het pupillendoel met keeper, aan de andere kant twee kleine doeltjes.
Regel van vandaag Wie de bal aanneemt, mag drie seconden niet worden aangevallen.
Volgende week worden het twee seconden, de week daarna geen.
Levert op: tijd om aan te nemen, op te kijken en te kiezen. Juist dat lukt in een wedstrijd vaak nog niet.
Makkelijker: vier seconden. Moeilijker: twee seconden, of alleen vrij bij de eerste aanraking.
Bij een andere opkomst
| Opkomst | Aanpassing |
|---|---|
| 6–8 spelers | Drie of vier tweetallen. Twee vakken van 10 × 10. Partij 3 tegen 3 of 4 tegen 4 in een kleiner vak. |
| 12 of meer | Een vierde vak bij het rondspelen. Partij 4 tegen 4, met een wisselteam dat elke drie minuten wisselt. |
Uitzetten vóór de training
- Vak A: vijf keer twee poortjes op 8 meter, en drie vakken van 10 × 10
- Vak B: pupillendoel en twee kleine doeltjes
- Een vak van 20 × 20 voor het openingsspel (mag in vak A)