Cyclus 1, week 1 van 3 — aannemen
Waar we staan
Eén dinsdag aannemen. De woorden van deze cyclus — kijken vóórdat de bal komt · verste voet · eerste raak vooruit — zijn één keer langsgekomen. Na 22 september zijn ze drie dinsdagen geoefend.
De afspraak in dit plan
Op zaterdag gebruiken we de woorden van de lopende cyclus zodra die drie dinsdagen geoefend zijn. Dan betekenen dinsdag, vrijdag en zaterdag hetzelfde, en dat is het hele idee erachter.
Deze week is de cyclus één training oud. Er is dus nog niets uit de dinsdag dat hier terugkomt — vanaf 26 september wel.
Waar we deze week op sturen
Niets uit de cyclus. Namen noemen als iets goed gaat, kan altijd.
Waar niet, en waarom
| Wat | Waarom |
|---|---|
| Posities tijdens het spel | Nog niet aan de orde geweest; dat staat op de vrijdag, vanaf 2 oktober |
| Wat er met de bal moet gebeuren — “afgeven”, “wegtrappen” | Loopt tegen het onderwerp van de dinsdag in: aannemen en meenemen |
| De uitslag | Daar valt tijdens de wedstrijd niets aan te sturen |
Na afloop
Eén of twee dingen die iemand deed. De uitslag kennen ze zelf al.
Vóór de aftrap
Van de tegendoelpunten van vorige week kwam een deel uit de keeperbal en van achteruit. Dat onderwerp staat op de vrijdag en begint op 2 oktober.
In de tien minuten voor de aftrap staat het team wel op het echte veld. Als daar ruimte voor is, past er precies één ding in: doorlopen waar iedereen staat bij een keeperbal — twee spelers breed naar de hoeken van het strafschopgebied, de rest verder naar voren. Zie 04-weekritme.md.