Cyclus 2 — Met de bal vooruit · week 1 van 3 · spelhervatting: de keeperbal
Wat de vrijdag doet
Dit is de eerste teamtraining op vrijdag; 11, 18 en 25 september waren clubtechniek.
De dinsdag oefent, de vrijdag speelt. Beide duren een uur op een kwart veld; het verschil zit in de verhouding — op dinsdag gaat het meeste naar oefenvormen, op vrijdag naar spelen. Twee dingen passen op dinsdag niet en hier wel: spelhervattingen en lang doorspelen met echte regels.
De woorden zijn dezelfde als op dinsdag: bal binnen één meter · kijk op als de bal even weg is · verander van tempo. Nieuwe woorden komen er niet bij — dan betekenen dinsdag, vrijdag en zaterdag hetzelfde.
De spelhervatting van deze cyclus: de keeperbal
Drie vrijdagen dezelfde, oplopend: vandaag zonder tegenstander, 9 oktober met één, 16 oktober met twee.
In de laagste klassen ontstaat een groot deel van de tegendoelpunten uit balverlies vlak na een keeperbal. Het komt vaak voor en het is met weinig techniek beter te doen. Het legt bovendien de basis voor cyclus 4 (samen opbouwen, vanaf 24 november).
Tijdlijn
| Tijd | Deel |
|---|---|
| 0–10 | Inspelen — vrij partijtje |
| 10–22 | Waar sta je bij een keeperbal? |
| 22–36 | Het dinsdagthema in een partij |
| 36–56 | Doorspelen met echte regels |
| 56–60 | Morgen |
0–10 · Inspelen
Vrij partijtje met bal. Ze komen van school.
10–22 · Waar sta je bij een keeperbal?
Zonder tegenstander. De keeper heeft de bal; twee veldspelers gaan breed naar de hoeken van het strafschopgebied, de rest maakt zich vrij verder naar voren.
De keeper rolt of trapt uit naar een van de twee breed staande spelers. Die neemt aan met de buitenste voet, draait open en dribbelt vijftien meter vooruit tot een pylon. Vier spelers tegelijk, twee per kant, zodat er niemand wacht.
O <- breed, hoek van de zestien
‖ K• -->
O <- breed, andere hoek
Levert op: weten waar je staat als de keeper de bal heeft, en met de buitenste voet aannemen zodat open draaien vanzelf gaat.
De afspraak die hierbij hoort en het hele seizoen meegaat: nooit dwars voor eigen doel — bij twijfel naar de zijkant. Buiten verliezen kost een corner, binnen verliezen kost een doelpunt.
Makkelijker: de keeper rolt in plaats van trapt; de pylon dichterbij. Zwaarder: na het opendraaien nog een pass naar iemand die verder vooruit staat.
22–36 · Het dinsdagthema in een partij
5-tegen-5 met de dinsdagregel: over de achterlijn dribbelen = 1 punt, doelpunt = 2 punten. Dezelfde telling als afgelopen dinsdag.
36–56 · Doorspelen
Eén lange partij met echte regels: scheidsrechter, bal uit, hoekschop, aftrap. Elke aanval start bij de keeper, ook na een doelpunt — dan komt de keeperbal vanzelf tientallen keren voorbij.
Twee 8-tegen-8-regels die hier meteen meespelen: een terugspeelbal mag de keeper niet oppakken, en er is geen buitenspel.
56–60 · Morgen
Wie staat waar, hoe laat verzamelen.
Bij een andere opkomst
| 6–8 spelers | Twee spelers breed en één vooruit; partij 3v3 of 4v4 |
| 12+ spelers | Zes tegelijk bij de keeperbalvorm, drie per kant |
Uitzetten vóór de training
- Pylonen op de hoeken van het strafschopgebied, plus twee op vijftien meter
- Keepershandschoenen
- Hesjes voor de partij