SML ArnhemJMO11-3SML Arnhem'26/'27

Over 21 dagenTraining 4 van 36

Poortjesrace

dinsdag 29 september · 17:30–18:30

Cyclus 2 — Met de bal vooruit · week 1 van 3: kennismaken


Waar deze cyclus over gaat

Spelers die naar de bal kijken, zien geen medespeler, geen ruimte en geen tegenstander die aankomt. Ze dribbelen zichzelf klem of raken de bal kwijt aan iemand die ze niet zagen.

Van de drie woorden is de derde de minst voor de hand liggende: een passeerbeweging werkt niet door de beweging maar door het tempoverschil eromheen. Langzaam ernaartoe, dan hard weg.

Dit is ook het onderwerp waar op dit niveau het snelst iets zichtbaar wordt, en het is voor de meeste kinderen het leukste van het jaar.

Deze week

Kennismaken: geen tegenstander in de kernvormen. De poortjesrace en de passeerstraat leggen de basis; volgende week komt er weerstand bij.

De passeerstraat is de enige vorm in deze cyclus zonder tegenstander of keuze. Dat is bewust en eenmalig — een beweging valt niet aan te leren terwijl iemand hem verstoort. Na een paar minuten komt er alsnog een keuze bij.

De woorden van deze cyclus

  1. Bal binnen één meter — anders kun je niet reageren als er iemand komt
  2. Kijk op als de bal even weg is — direct na de aanraking, niet ervoor
  3. Verander van tempo

Nieuwe cyclus, nieuwe woorden. Die van cyclus 1 blijven gelden, ze zijn alleen niet meer het onderwerp.

Veld

   VAK A (32 x 20)                          VAK B

   ^ ^     ^ ^        ^ ^                        ‖  pupillendoel
      ^ ^        ^ ^      ^ ^
   ^ ^     ^ ^        ^ ^                   partij 5v5
   (12 poortjes kriskras, ~1 m breed)

   .^.    .^.    .^.    .^.    .^.
   (5 losse pylonen, elk met 2 hoedjes
    ernaast voor de passeerstraat)

Tijdlijn

Tijd Onderdeel
0–8 Balrovertje
8–22 Poortjesrace
22–38 Passeerstraat
38–56 Partij 5v5 — achterlijn = 1 punt, doel = 2
56–60 Afsluiten

0–8 · Balrovertje

Vak van 20 × 20. Iedereen een eigen bal: je beschermt die van jou en probeert tegelijk andermans bal het vak uit te trappen. Bal kwijt? Ophalen en doorgaan — geen levens, niemand valt af.

Er zijn tien ballen en elf spelers. Wie er geen heeft, begint als jager en pakt de eerste bal die het vak uit gaat.

Nieuw openingsspel, en het blijft deze cyclus hetzelfde.

Levert op: bal dicht bij je houden en opkijken, met continu een keuze tussen aanvallen en beschermen.

Makkelijker: groter vak. Zwaarder: vak naar 15 × 15.

8–22 · Poortjesrace

Twaalf poortjes van twee pylonen kriskras door vak A, ongeveer een meter breed. Iedereen een eigen bal — met tien ballen wisselt er per ronde één speler.

Twee minuten: hoeveel poortjes dribbel je erdoor? Niet twee keer achter elkaar hetzelfde poortje. Drie rondes, en iedereen telt voor zichzelf — de getallen blijven op het veld.

Levert op: dribbelen met het hoofd omhoog, want na elk poortje moet er een volgend gekozen worden. Doordat iedereen tegen zichzelf speelt, valt er ook voor de langzaamste speler iets te halen.

Makkelijker: bredere poortjes, en meer ervan zodat er altijd één dichtbij is. Zwaarder: smallere poortjes, of alleen tellen met de zwakke voet.

Deze vorm komt terug in week 5 met jagers, en op 27 oktober als teamspel.

22–38 · Passeerstraat

Vijf losse pylonen verspreid, iedereen een eigen bal. Per ronde één beweging: kap binnenkant en versnellen, kap buitenkant, schaar. Voordoen kost vijf seconden, uitleggen dertig.

Na een paar minuten komt de keuze erbij: naast elke pylon twee hoedjes, links en rechts. De speler kiest zelf welke kant hij uitgaat.

Levert op: drie bewegingen, en vooral de versnelling erna — die maakt het verschil, niet de beweging zelf.

Makkelijker: één beweging per training in plaats van drie. Zwaarder: iemand wijst pas op het laatste moment een kant aan.

38–56 · Partij 5v5

Vak B, op het pupillendoel met keeper.

Regel van vandaag Over de achterlijn van de tegenstander dribbelen = 1 punt. In het doel = 2 punten.

Levert op: een manier om te scoren voor spelers die nog nooit gescoord hebben, zonder dat het doelpunt zijn waarde verliest.

Makkelijker: ook een punt voor een geslaagde passeeractie. Zwaarder: de achterlijn telt alleen buiten de zestien.


Bij een andere opkomst

6–8 spelers Acht poortjes, drie pylonen, partij 3v3 of 4v4 in een kleiner vak
12+ spelers Zestien poortjes; partij 4v4 met wisselteam dat om de drie minuten roteert

Uitzetten vóór de training