Cyclus 3 — Passen en je laten zien · week 1 van 3: kennismaken
Waar deze cyclus over gaat
Vanaf hier verschuift de aandacht van de speler mét de bal naar de spelers zónder bal. Dat is de KNVB-hoofddoelstelling voor deze leeftijd — doelgericht samenspelen — en het verklaart een deel van waarom iemand met de bal zo vaak alleen komt te staan.
Passen en vrijlopen zitten in één cyclus omdat ze niet los werken: de pass komt alleen aan als de ander zich laat zien. Een cyclus over passen alleen levert spelers op die goed passen naar iemand die verkeerd staat.
Waarom “hard over de grond” eerst komt: op dit niveau is vrijwel elke pass te zacht. Een zachte pass over vijftien meter doet twee seconden onderweg, en in die twee seconden is de vrije speler niet meer vrij. In kunstlicht is over de grond bovendien de enige goed te volgen bal.
Deze week
Kennismaken: een passvorm met een klok erop, en een rondo waarin de bal blijft rondgaan. De weerstand is er wel, maar in het voordeel van de aanvallende kant.
De woorden van deze cyclus
- Hard over de grond
- Stap uit zijn schaduw — sta niet recht achter een tegenstander
- Roep een naam — “hier” werkt niet als er tien mensen roepen
Nieuwe cyclus, nieuwe woorden. Er zijn er dan zes die af zijn; deze komen erbij.
Veld
VAK A (32 x 20) VAK B
^^ ^^ ‖ pupillendoel
O <---- 10 m ---> O
^^ ^^ partij 5v5
(5 tweetallen, elk twee poortjes
naast elkaar bij de ontvanger)
+----------+ +----------+
| O O | | O O | <- rondo 4v1
| X | | X | (2 x 12 x 12)
| O O | | O O |
+----------+ +----------+
Tijdlijn
| Tijd | Onderdeel |
|---|---|
| 0–8 | Vijf ballen, tien spelers |
| 8–22 | Tien harde passes |
| 22–38 | Rondo 4-tegen-1 |
| 38–56 | Partij 5v5 — drie passes op rij = 3 punten |
| 56–60 | Afsluiten |
0–8 · Vijf ballen, tien spelers
Vak van 20 × 20, vijf ballen, twee tikkers zonder bal. Getikt met bal? Dan word jij tikker. Veilig zodra je hem hebt afgespeeld aan iemand zonder bal.
Dit spel was ook het openingsspel van cyclus 1. Toen ging het om de aanname, nu om of iemand zich laat zien.
Levert op: wie geen bal heeft wil er een, dus iedereen biedt zich aan en roept — de drie woorden van deze cyclus in een spel dat ze al kennen.
Makkelijker: zes ballen. Zwaarder: vier ballen, of drie tikkers.
8–22 · Tien harde passes
Vijf tweetallen, één bal per tweetal, tien meter uit elkaar. Per tweetal twee poortjes naast elkaar bij de ontvanger.
Tellen hoeveel passes hard, over de grond en door een poortje aankomen. De ontvanger stapt vlak vóór de pass naar een van de twee poortjes. Drie rondes van 45 seconden. Na ronde twee: nog maar één keer raken bij het terugspelen.
Levert op: passen met tijdsdruk, en een passer die tot het laatste moment moet kijken waar de ontvanger staat. Het technische detail dat ertoe doet is het standbeen naast de bal.
Makkelijker: bredere poortjes, langere rondes, en zonder de één-keer-raken-regel. Zwaarder: poortjes smaller, of vijftien meter afstand.
22–38 · Rondo 4-tegen-1
Twee vakken van 12 × 12, in elk vier spelers op de hoeken en één in het midden met hesje. Tien passes op rij is een punt. Wie de bal verspeelt, gaat naar het midden.
^O• ------------------> O^
| |
| X |
| ..> |
^O <------------------ O^
|<------ 12 x 12 m ---->|
Levert op: vier tegen één is bewust makkelijk, zodat de bal blijft rondgaan. Een rondo waarin de bal om de drie passes wordt onderschept, oefent balverlies.
Makkelijker: vak naar 14 × 14, of de speler in het midden mag alleen met de armen storen. Zwaarder: 4-tegen-2, of maximaal twee keer raken.
Deze vorm komt terug in week 10 als 3-tegen-1.
38–56 · Partij 5v5
Vak B, op het pupillendoel met keeper.
Regel van vandaag Gewoon doelpunt = 1 punt. Doelpunt na drie passes op rij binnen je eigen team = 3 punten.
Levert op: een verschil dat groot genoeg is om het spel te veranderen. Hardop meetellen maakt het hoorbaar — “één… twee… drie” gaan ze zelf overnemen.
Makkelijker: twee passes op rij. Zwaarder: vier passes, of de passes moeten via minstens drie verschillende spelers.
Bij een andere opkomst
| 6–8 spelers | Drie of vier tweetallen, één rondo 4v1, partij 3v3 of 4v4 |
| 12+ spelers | Drie rondo’s, of één van 5v2; partij 4v4 met wisselteam |
Uitzetten vóór de training
- Vak A: vijf tweetallen met elk twee poortjes, plus twee vakken van 12 × 12
- Stopwatch of telefoon voor de rondes van 45 seconden
- Hesjes voor de spelers in het midden
- Vak B: pupillendoel