SML ArnhemJMO11-4SML Arnhem'26/'27

25 dagen geledenTraining 6 van 36

1v1 naar twee doeltjes

dinsdag 13 oktober · 17:30–18:30

Cyclus 2 — Met de bal vooruit · week 3 van 3: in het spel


Waar deze cyclus over gaat

Vooruit komen met de bal, en het duel dat daarbij hoort.

Het verschil in tempo doet het werk, niet de beweging.

Deze week

Twee weken is er gedribbeld. Nu komt het echte duel: 1 tegen 1. Er staat een verdediger tegenover je, en die mag doen wat hij wil.

Bij dit onderwerp horen mislukte pogingen. Een team dat geen duel aangaat, komt niet vooruit. Op dit niveau is balverlies na een poging de prijs van het leren. Op deze training kan dat zonder gevolgen.

De woorden van deze cyclus

  1. Bal binnen één meter
  2. Kijk op als de bal even weg is
  3. Verander van tempo

Dit is de derde week met dezelfde woorden. Vanaf zaterdag komen ze terug op de wedstrijddag.

Veld

Veld van T6: in vak A vijf pylonen voor de passeerstraat en drie vakken voor 1 tegen 1, elk met twee kleine doeltjes; in vak B de partij 5 tegen 5 op het pupillendoel

Tijdlijn

Minuut Wat
0–8 Balrovertje — nu in 15 × 15
8–22 Passeerstraat, en dan een verdediger
22–38 1 tegen 1 naar twee doeltjes
38–56 Partij 5 tegen 5 — een doelpunt na een passeeractie telt dubbel
56–60 Afsluiten

0–8 · Balrovertje

Neerzetten: een vak van 15 × 15 meter, in plaats van 20 × 20.

Zo werkt het: hetzelfde spel als in T4. Dit is de derde en laatste week.

Levert op: minder ruimte, dus de bal moet binnen één meter blijven. Het vak zorgt daar zelf voor.

Makkelijker: terug naar 20 × 20. Moeilijker: 12 × 12.

8–22 · Passeerstraat, en dan een verdediger

Neerzetten: de vijf pylonen van de passeerstraat.

Zo werkt het:

  1. Eerst een paar minuten de passeerstraat van T4: kap binnenkant, kap buitenkant, schaar.
  2. Daarna staat er bij elke pylon een speler. Hij mag bewegen, maar niet van zijn plek af.
  3. Dezelfde bewegingen, nu langs iemand die terugkijkt.
  4. Elke twee minuten wisselen.

Levert op: de tussenstap tussen een pylon en een echt duel. Er reageert iemand, maar de bal wordt niet afgepakt. Zo blijft de beweging te leren.

Makkelijker: de verdediger staat helemaal stil. Moeilijker: hij mag één stap zetten.

22–38 · 1 tegen 1 naar twee doeltjes

Neerzetten: drie vakken van 14 × 10 meter. In elk vak twee kleine doeltjes naast elkaar op de achterlijn.

1 tegen 1 naar twee doeltjes: de aanvaller start met bal aan de ene kant, de verdediger staat op de achterlijn tussen de twee doeltjes; de aanvaller kan naar beide doeltjes

Zo werkt het:

  1. Drie tot vier spelers per vak. Twee spelen, de rest is direct daarna aan de beurt.
  2. De aanvaller start met de bal. De verdediger start op de achterlijn, tussen de doeltjes.
  3. Scoort de aanvaller, of verliest hij de bal? Dan wisselen de rollen.

Levert op: een duel dat je wint door te kijken, niet door sneller te zijn. Met twee doeltjes moet de verdediger een kant kiezen.

Makkelijker: de verdediger start 2 meter verder terug, of mag pas bewegen als de aanvaller halverwege is. Moeilijker: de verdediger start naast de aanvaller.

38–56 · Partij 5 tegen 5

Neerzetten: vak B, op het pupillendoel met keeper.

Regel van vandaag Een doelpunt na een geslaagde passeeractie telt dubbel.

Levert op: iemand echt voorbijgaan wordt beloond. Dat is het sluitstuk van drie weken.

Makkelijker: ook een half punt voor een poging. Moeilijker: alleen dubbel als de passeeractie op de helft van de tegenstander was.

56–60 · Afsluiten

Cyclus 2 is hiermee rond. Wat kunnen we nu wat we drie weken geleden niet konden? In week 1 stond er bij de poortjesrace nog niemand in de weg.

Hierna is er twee weken geen dinsdag:


Bij een andere opkomst

Opkomst Aanpassing
6–8 spelers Twee vakken voor 1 tegen 1. Partij 3 tegen 3 of 4 tegen 4.
12 of meer Vier vakken voor 1 tegen 1. Partij 4 tegen 4, met een wisselteam.

Uitzetten vóór de training

Legenda: oranje is een speler, zwart een verdediger met hesje, N een vrije speler, K de keeper; geel is een pylon; een rechte pijl is een pass, een golvende pijl een dribbel